Wat impregneren doet
De steen wordt waterafstotend en we verwijderen regenstrepen. We beoordelen de ondergrond en de huidige staat en bepalen welk type bescherming nodig is.
De Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek (KNB), de brancheorganisatie van baksteenproducenten, beschrijft hydrofoberen in Infoblad 10 uit 2016 als een behandeling die een waterafwijzende zone aan de buitenzijde van het materiaal maakt. Hydrofoberen is volgens het blad een specialistische behandeling die niet zomaar door iedereen kan worden uitgevoerd.
Een proefbehandeling van de te behandelen baksteen geeft volgens de KNB voor de applicateur en de opdrachtgever meer duidelijkheid.
Damp en vocht: wat de KNB en de RCE schrijven
Volgens de KNB wordt de dampdoorlaatbaarheid van baksteen door hydrofoberen niet significant beïnvloed.
De KNB gaat over baksteenmetselwerk in het algemeen. De RCE schrijft in een brochure uit 2007 over historische gevels en monumenten. De twee bronnen gaan dus over verschillende gevels.
Voor historische gevels schrijft de RCE dat vocht na hydrofoberen alleen in de vorm van damp kan uittreden. Daarbij vertraagt de behandeling volgens de brochure de natuurlijke droging van een gevel.
Zouten die in het water zijn opgelost, kunnen volgens de RCE achter de hydrofobeerlaag uitkristalliseren. Zit er al vocht in de gevel, dan geeft die vertraging volgens de RCE een grote kans op vorstschade in de winter.
Smeermortel en monumentaal metselwerk
Smeermortelgevels reinigen we zoals stucwerk, met softwash op lage druk. Impregneren doen we daar alleen met een dampopen middel.
Hoe SURFINE stucwerk reinigt en impregneert, leest u in het artikel Gevelstuc en sierpleister reinigen en impregneren.
Bij een rijksmonument overleggen we vooraf met de eigenaar. Monumentaal metselwerk impregneren we alleen met een dampopen middel en na advies.
In de gelezen RCE-bronnen staat geen dampopen middel genoemd dat voor monumenten wel geschikt is. De RCE-kennisbank ontraadt hydrofoberen van monumenten in de meeste gevallen.
Wanneer is impregneren zinvol?
Volgens de KNB is het niet noodzakelijk om goed gedetailleerd en juist uitgevoerd baksteenmetselwerk te hydrofoberen. Bij bestaande bouw noemt de KNB hydrofoberen bijna altijd zinvol na reiniging.
Bij regelmatig terugkerende regendoorslag ten gevolge van contact tussen buiten- en binnenspouwblad blijft de vochtbrug volgens de KNB in de constructie bestaan na hydrofoberen.
Bij historische gevels is hydrofoberen volgens de RCE in de meeste gevallen af te raden. Goed onderhoud en bouwkundige maatregelen verdienen daar de voorkeur, en pas wanneer die niet voldoen kan hydrofoberen worden overwogen.
Wat vooraf in orde moet zijn
We impregneren alleen een schone en droge ondergrond, dus altijd na het reinigen. Volgens de KNB moeten ook voeg en steen in goede conditie zijn.
Het zoutgehalte van de ondergrond moet volgens de KNB worden bepaald bij monumenten en bij projecten met een verhoogde kans op een hoog zoutgehalte, bijvoorbeeld aan de kust.
Volgens de KNB mag geen andere vochtbelasting aanwezig zijn dan directe regenbelasting op de gevel, en moet optrekkend vocht worden bestreden voor zover aanwezig. Een gevel moet volgens de KNB altijd in zijn geheel worden behandeld, nooit plaatselijk.
Kalkuitbloei en nieuw metselwerk
Volgens de KNB kunnen witte vlekken ontstaan door de uitbloei van bepaalde stoffen vanuit het metselwerk bij het drogen van de gevel.
Bij uitslag door vrije kalk kunnen weersinvloeden de kalk in een vroeg stadium van het oppervlak wegspoelen, of is die uitslag te verwijderen met warm water of stoom, schrijft de KNB. In een later stadium is het gevormde calciumcarbonaat volgens de KNB een hardnekkige uitslag die alleen met speciale reinigingsmiddelen kan worden verwijderd.
Kalkuitbloei op metselwerk verwijderen we eerst, voordat we impregneren.
Bij nieuw metselwerk wachten we met impregneren tot het goed is uitgedroogd. Volgens de RCE-brochure kan vers metsel- en voegwerk niet worden gehydrofobeerd.
Bij vers voegwerk moet volgens de KNB de eindsterkte zijn bereikt die CUR-aanbeveling 61 stelt. Mortel moet onder invloed van water uitharden, en door te impregneren zal water niet meer bij de voegmortel komen, schrijft de KNB.
